
Een samenvatting van de roman 'Het huis van de moskee' van de Perzisch-Nederlandse schrijver Kader Abdolah (1954) wordt algauw zélf een roman. Hij dompelt ons namelijk onder in een schier eindeloze waterval van familieverhalen, die een beeld pogen te schetsen van de humane inborst van de islam en het dreigende gif van het fundamentalisme. Abdolah toont zich een begenadigd verteller - seks, moraal, film, massamedia, álles weeft hij door elkaar - maar de deken van de politieke correctheid en de overduidelijke sympathieën van de alwetende verteller voor de centrale figuur Aga Djan, maken het boek meestentijds nogal kitscherig en erg braafjes. - 3 gwrrfs.