
Man schrijft boek over zijn aan kanker gestorven vrouw. Wie deze zin proeft, denkt al gauw aan een 'menselijk' boek waarin een rouwproces diepgaand wordt opgevoerd en uitgeplozen. Zo niet in 'Komt een vrouw bij de dokter' van debuterend schrijver en ex-reclameman Kluun (1964). Daarin waart de verschrikkelijke ziekte rond als niet veel meer dan een storende factor in het hippe leven van de debutant. In modieus proza vol merknamen, motto's en (bijzonder storende) infokaders kom je als lezer niet veel verder dan dat zo'n lijdensweg 'zwaar klote' is - iets wat je vooraf ook kunt bedenken. Is 'Komt een vrouw bij de dokter' daarom een slecht boek? Niet helemaal. Het leest als een trein, het knijpt je keel hier en daar dicht, maar de indruk dat de auteur steeds op het narcistische af voordringt en het wérkelijke verdriet geen kans geeft, blijft van de eerste tot de laatste pagina boven het boek hangen.